|
De zakenman Jean Henry Dunant (1828-1910) raakte in 1859 bij toeval verzeild in de veldslag bij Solferino in Noord Italie. De gewonden bleven op het slagveld achter zonder dat iemand voor hen zorgde.
Henry Dunant schakelde bewoners van de omringende dorpen in om de gewonden van het slagveld te halen en hen te verzorgen. Drie jaar later schreef hij hierover een boek: "Een herrinering aan Solferino". In dit boek deed hij de volgende voorstellen:
Staten zouden een internationaal verdrag moeten sluiten waarin het recht van gewonde en zieke soldaten op bescherming en verzorging was vastgelegd.
In ieder land zou een vereniging van vrijwilligers moeten worden opgericht om mensen die in de strijd gewond waren geraakt te verzorgen en te beschermen.
Zowel de gewonden als de vrijwilligers die hen verzorgden zouden op het slagveld als neutraal moeten worden beschouwd.
Terug in Geneve richtte hij het 'comite voor hulpverlening aan gewonde militairen' op, de voorloper van het Internationale comite van het Rode Kruis. Dit comité formuleerde het eerste verdrag van Geneve. Hiermee was de basis gelegd voor het Humanitair oorlogsrecht.
Met de oprichting van het Internationale Rode Kruis in 1853 werd de droom van Henry Dunant verwezenlijkt. In de daarop volgende jaren werden er nationale Rode Kruis verenigingen opgericht. Het Rode Kruis van Belgie werd in 1864 de eerste nationale vereniging. Het Nederlandse Rode Kruis is in 1867 opgericht.
|